|
|
|
|
Even schetsen wie ik ben en van waar de interesse in het technische / avontuurlijke komt…
Rijden-Varen-Duiken De Amfibidiver
Ik heb een toffe jeugd gekend, mijn ouders waren niet rijk maar m’n vader reed ontzettend graag met de auto. Doordat er hiervoor niet altijd voldoende fondsen waren, vond ik wel dat het mijn taak was zijn oude auto’s zo lang mogelijk“rijdende” te houden. Daaruit groeide ongetwijfeld mijn grote interesse in techniek en het zelf maken van dingen…zoals tractors en motoculteurs van oude Vespa’s enz. Om de onkosten te drukken werden de meeste onderdelen zelf gemaakt i.p.v. ze bij een handelaar te halen. Neem nu bijvoorbeeld onze eerste draaibank, het frame werd gemaakt van een trainrail, die de hele weide werd doorgesleurd en waarna er zeker 2 dagen met de hand aan gezaagd werd aangezien wij nog niet in bezit waren van een elektrische slijpmachine. Zo maakte ik ook m’n eigen gocart met motor, wat op mijn leeftijd toen vrij uniek was aangezien ik de enige was in mijn streek die zoiets had en ermee naar school reed terwijl iedereen voor de rest met de fiets of de bus ging. Dit had dan ook tot gevolg dat er bij ons thuis elk weekend en alle vakanties heel wat vrienden langskwamen om hiermee te rijden. Niet te verwonderen dat mijn vader al eens suiker in mijn benzinetank deed om even tot rust te kunnen komen. Op 16-jarige leeftijd bouwde ik samen met mijn broer een nieuwe verbrandingsmotor voor auto’s en moto’s, die zowel op televisie als op het uitvindingsalon in Brussel werd voorgesteld. Een logische vraag die me toen al werd gesteld: “Wat heb jij eigenlijk gestudeerd?”. Als ik dan zei dat ik op m’n 15 jaar gestopt ben om te gaan werken, werden er steeds grote ogen opgezet…want om zulke speciale dingen te maken, moest je volgens de doorsnee persoon toch zeker wel één of ander ingenieursdiploma hebben. Wel kan ik zeggen dat ik zelf nog heel wat bijscholing gevolgd heb en ontzettend veel geleerd heb door zelfstudie. Dit is later in mijn beroepsleven ook nog van pas gekomen: ingenieurs hadden me nodig om voor hen dingen op te lossen die ze zelf niet konden realiseren. Dit was nog maar eens een bewijs dat “Theorie” niet altijd overeen komt met praktijk. Voor mij zijn er steeds 2 belangrijke drijfveren geweest om iets te verwezenlijken: techniek + avontuur. Zelf dingen zoeken om te bouwen en/of te verbeteren…wat er natuurlijk wel voor zorgt dat je zo’n 7 keer opnieuw het wiel uitvindt, wat eigenlijk niet nodig is maar wel een logisch gevolg van het feit dat je bestaande natuurwetten toch nog eens wil uitproberen ter bevestiging. Ik heb dan ook steeds vanalles gedaan met motors en techniek zowel in m’n vrije tijd als in m’n beroepsleven…autokoers en motorcross als ontspanning en verkoop en onderhoud van tuin- en bosmachines en transportkoelingen om m’n brood mee te verdienen. Uiteindelijk kom je dan toch op een punt om eens iets te bouwen wat nog niet bestaat en waarin je volledig je fantasie kan uitwerken. Komt daar nog bij dat ik liefst dingen maak aan de hand van het materiaal dat ik kan vinden en niet andersom (zoals de meeste industriëlen wel doen) Op bepaalde momenten krijg ik een ingeving en echt de drang om iets te maken. Dan heb ik zoiets van “Nu wil ik iets maken, weet niet hoe het heet, weet niet hoe het eruitziet…maar ik moet iets maken”. Dit is dan het willen verwezenlijken van een idee, het volledig willen uitwerken van deze fantasie. Gevolg is dan ook dat er op de drang geen maat meer staat: 24u op 24, 7 dagen op 7 totdat het is zoals ik in mijn gedachten had. Misschien heeft dit ook wel iets te maken met “zorgen”? Iedereen maakt zich elke dag wel zorgen om grote of kleine dingen…dan heeft men iets nodig als alternatief waardoor de dagdagelijkse zorgen verdrongen worden. Iets nieuws willen maken, geeft mij dan een vorm van voldoening omdat het nieuwe, maar aangename zorgen veroorzaakt. Ondanks er ook heel wat slapeloze nachten bij komen kijken.
Het bouwen van zo’n toestel kwam niet zomaar in me op. Ik werkte toen in de buitensportactiviteiten en had al enkele spectaculaire dingen gedaan waaronder een aantal keer de oversteek van Het Kanaal met een klein rubberbootje van zo’n 3m10 en een 15 PK buitenboordmotor.
We kwamen in kranten, tijdschriften en tv reportages, sommige beelden werden zelfs tijdens het weerbericht op TV vertoond. Dan weer hadden we een live uitzending met Koen Wouters enz. We hebben ondertussen dan ook een heuse persboek kunnen aanleggen, wat tegenwoordig wel nodig is als je aan sponsoring wil komen.
Hier na kreeg ik het idee om deze oversteek te voet onderwater te doen. Dit bleek echter niet zo simpel dus bedacht ik een andere manier om het kanaal over (onder) te steken onder water. Ik wou ook bewijzen dat een voertuig niet alleen kan rijden en varen, (zoals amfibie voertuigen) maar ook DUIKEN…met het idee om hiermee dus ook eens de “oversteek” te maken. Enkele eenvoudige tekeningen werden gemaakt,
een aantal fysicawetten werden nog eens getest en op een dag kwam ik een afgedankte brandstoftank van een vliegtuig tegen. Deze sigaarvorm was perfect om mee te werken, dus ik schafte mij deze aan en zo ging “alles” van start… De brandstoftank werd direct verbouwd: een stuk er tussenuit, enkele gaten voorzien voor 2 zitplaatsen en een motorcompartiment.
Om het geheel de nodige stabiliteit te geven moest er een drijver aan vastgemaakt worden. Hiervoor zaagden we de romp van een zeilbootje uit zodat de tank erin paste en werd het geheel aan mekaar gekleefd met kilo’s polyesterdoek en hars. Dit maakte wel dat er in de straat dagenlang een “raar” geurtje van polyester rondzweefde en dat medewerkers met verharde vingers op hun werk kwamen. Uiteindelijk werd een mooie vorm geconstrueerd die dan op het water kon getest worden.
Hier kwamen we al gauw op de eerste problemen uit, o.a. het kiezen van de juiste positie van de motor en de juiste schroef (die we dan ook zelf met draai en freeswerk hebben moeten aanpassen) om het geheel mooi “geplaneerd” te krijgen. Op een gegeven moment hebben we tijdens het testen zelfs stenen op een plaatselijke bouwwerf geleend om de boot te verzwaren. Ook het goed afdichten van de motor aan de onderkant heeft ons heel wat uurtjes zoet gehouden: hierin zaten zo’n 84 boutjes en moeren en zo’n 168 rondellen dewelke we op 1 dag toch wel zo’n 4 keer hebben gemonteerd en gedemonteerd om de juiste afdichting te krijgen.
Uiteindelijk konden we de boot dan toch zijn eerste “stapjes” leren, namelijk “VAREN”.
Dan de motor er nog maar eens terug uitgehaald om hiermee de nodige testen te doen en deze zo om te bouwen dat hij ook bruikbaar werd onder water. Meer bepaald het vermengen van het koelsysteem met de uitlaat bleek een probleem te zijn waardoor een standaard buitenboordmotor zich niet als “duiker” kan gedragen. Een specialist (zo stelde hij zich dan toch voor) in racebootmotoren werd erbij gehaald maar spijtig genoeg hebben we de motor na een aantal maanden teruggehaald en er toch maar zelf de nodige aanpassingen aan verricht totdat dit “beestje” ook onder water kon “ademen”. Hiervoor werd hij ook nog eens in een gesloten compartment ingebouwd met een aparte luchttoevoer die automatisch geregeld werd aan de hand van het luchtverbruik en de diepte. Wij waren nu zover dat we met 2x 15 liter flessen (elk gevuld met 200 Bar) de motor 1 uur konden laten draaien op een diepte van zo’n 15 meter. Op dat moment hebben we onze duikplannen nog even uitgesteld want door het steeds moeten in en uit het water sleuren van de boot leek het ons toch beter om ons toestel eerst te leren rijden. Omdat we nogal sportief aangelegd zijn, kozen we voor een tractiesysteem met MANKRACHT namelijk pedalen.
Een rubberbootje werd gekruist met een koersfiets om zo te testen of we deze mankracht ook konden gebruiken als extra aandrijving met een schroef in het water. We hebben dit systeem dan ook ingebouwd maar bij het testen bleek toch dat we onder water hiervoor te veel kracht moesten leveren en ruilden we het sportieve al maar weer vlug om voor de “techniek” , namelijk aandrijving via een verbrandingsmotor. Maar goed, wat je niet test, kan je niet weten hé. Daarbij vonden we het van onszelf toch al sportief genoeg om ons met trappers op het land voort te bewegen, wat ons door de 42 versnellingen zelfs in staat stelde om een steile helling (slipway) op te fietsen. Het 2e obstakel (rijden) was ook overwonnen… Natuurlijk werd er een systeem voorzien om de wielen op te trekken tijdens het varen en het duiken om zo de weerstand ervan te minimaliseren. En zo kwamen we dan ook aan het 3e huzarenstukje, namelijk DUIKEN. Plots beseften we echter dat we, voor we ons toestel leerden duiken, zelf ook nog even wat extra duikervaring moesten gaan opdoen…klein, maar levensbelangrijk detail hé. Hierbij werden de strengste en gekste testen op mezelf gedaan, beter gezegd ik leerde « gecontroleerd verdrinken » in plaats van duiken. Achteraf gezien is dit zeker niet overbodig geweest aangezien men in de meest uiteenlopende, onvoorziene omstandigheden kan terechtkomen als men met zo’n avontuur begint. Vele dingen die misgelopen zijn met testen onder water zijn dankzij de zware trainingen vooraf toch niet fataal afgelopen. Ok, wij konden het nu wel en nu moesten we het de Amfibidiver nog leren. Al snel staken er een aantal problemen de kop op, namelijk stabiliteit vinden onder water. Soms durfde hij wel eens ondersteboven op de bodem te gaan liggen en dan nog het liefst als ik erin zat. Vandaar dat ik een systeem bedacht om automatisch de balans te regelen en te compenseren, onafhankelijk van de diepte.
Met dit systeem waren we alweer een heel stuk vooruit. We losten hiermee ook het probleem van “zware krachten waaraan het toestel werd blootgesteld onder hoge druk” op. (We hebben zelfs testduiken gemaakt met een licht plastiek doosje en konden door dit zelf ontworpen systeem voorkomen dat zelfs dit samengedrukt werd op extreme diepte). Zo kwam ik tot de conclusie dat je de dingen niet altijd zwaar en sterk hoeft te bouwen maar ook op een slimme manier de natuurkrachten kan overwinnen. Dit was dan ook de rode draad doorheen de hele bouw van de Amfibidiver. Het ging erover om de druk automatisch te compenseren. Element 3 ook overwonnen: DUIKEN !
Nu kon het echte testwerk beginnen…rijden, varen en duiken. Wekelijks werden er testen gedaan rond, op en in een Belgisch meer, waarvoor nog onze dank aan deze verantwoordelijke die de duikers ter plaatse op voorhand verwittigde dat ze wel eens oog in oog zouden kunnen komen met een “niet alledaagse verschijning” onder water. Zodat onze collega-duikers zich niet al te fel zouden verschrikken als ze onverwachts met hun achterste op de neus van een duikboot terechtkwamen. Mijn 1e onderwatertochtje was echter niet de meest elegante manier om me zo onder water voort te bewegen. Als een verdronken walvis kliefden we weliswaar (zijdelings en met de neus 45° naar boven) door het water. Daarna doken we letterlijk als een baksteen naar beneden om zo’n 15 meter dieper te crashen in de bodem van het meer, wat niet alleen voor ons maar ook voor het plaatselijke schilderij, een pijnlijk gebeuren was. Vervolgens schoten we dan weer als een pijl naar boven (door het snel comprimeren en uitzetten van de lucht in de ballasttanks) om alzo een halve meter boven het wateroppervlak uit te vliegen, wat niet bepaald een prettig gevoel in de oren geeft (duikers weten ongetwijfeld wat ik bedoel). Dit tochtje trok echt nergens op maar ik was dolgelukkig WANT, het werkte…
Na herhaaldelijke, steeds beter lopende testen in het zoete water en bij koud weer waren we klaar voor het grote werk namelijk een test in de warme Middellandse Zee in Spanje. Op Zondag 26 december van de vorige eeuw (1999) vertrokken we dan richting het zonnige Spanje, meer bepaald Oropesa.
Na onze persvoorstelling in België hadden we nog het één en het ander aangepast om het toestel vaar- en duikklaar te maken voor zijn doop op en in de Middellandse Zee. Over de weersomstandigheden ter plaatse maakten we ons weinig zorgen, tot we in Frankrijk moesten slalommen tussen omgewaaide bomen, telefooncellen en andere rondvliegende obstakels. Zou de Middellandse Zee dan toch niet zo kalm zijn op dit moment? Aan de Spaanse grensovergang werden we verrast door de « Guardia Civil » die klaarstonden met jeeps, mitraillettes en kraaiepoten, gemengd met een argwanende blik op ons futuristische toestel. Dit alles was het gevolg van strenge veiligheidscontroles na de recentste onrusten in Spanje. Toch kwamen we geloofwaardig genoeg over en mocht onze AmfibiDiver mee het land binnen. Ter plaatse aangekomen was het stormweer al wat geluwd, maar had de zee nog last van de nadeiningen, de Fondo De Mare zoals de Spanjaarden dit noemen. De plaatselijke havenautoriteiten wisten ons te vertellen dat deze nog minstens 3 dagen zou aanhouden, waardoor er tijdens deze periode teveel onderstroming was en de zichtbaarheid onder water te slecht was om veilig met ons toestel te kunnen duiken. Zou dit opgelost zijn vóór de Millenium overgang ? In afwachting hebben we onze tijd nuttig besteed om de laatste hand te leggen aan onze Amfibidiver en van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele prachtige voorbereidingsduiken te maken. De Fondo de Mare heeft ons echter langer parten gespeeld dan de voorspellingen, waardoor het ondertussen al 1 januari was alvorens we onze eerste proefduik konden maken.
Teleurstellend was dit echter niet aangezien alle testen aan onze wensen voldeden. Onder verbaasde blikken van de Spanjaarden fietsten we voorbij het havencomplex,
rolden op sierlijke wijze de slipway af en voeren de haven uit waarna we in volle zee enkele duiken in het zoute water maakten.
Enkele details konden we zeker nog verbeteren; we waren immers met een prototype aan het werk en dan kan je moeilijk verwachten dat alles van een leien dakje loopt. Kortom, een geslaagd avontuur. Tot zover de evolutie van de Amfibidiver. Toch moeten we ons ervan gewissen dat er ondertussen in deze testperiodes af en toe wel wat problemen opdoken waardoor we serieus met de handen in het haar kwamen te zitten. De problemen hebben we opgelost en we willen er dan ook verder niet te diep op ingaan maar voorbeelden zijn er wel: o.a. de moeilijkheden bij het verwerven van de nodige fondsen om dit project degelijk te kunnen bouwen. Maar daar staat wel tegenover dat ik in het begin, door enkel het idee op papier te zetten en er gepassioneerd over te praten, van een trouwe sponsor wel reeds een mooi bedrag ter beschikking kreeg om eraan te beginnen. Ook het verkrijgen en behouden van de nodige discipline bij de mensen die graag wilden meewerken, maar die ook telkens weer afhaakten van zodra het allemaal wat te moeilijk werd, was een hele opgave. Toch wil ik alle mensen die meewerkten (ook als was het maar van korte duur) bedanken alsook de mensen die me serieus tegenwerkten want hierdoor werd mijn gedrevenheid zeker nog aangesterkt. Natuurlijk waren er ook tal van hele fijne momenten zoals het verkrijgen van een vlaggenbrief (een document waarmee je op assistentie kan rekenen op zee )voor onze AmfibiDiver, wat uitzonderlijk was omdat dit in principe eigenlijk enkel aan “normale” schepen gegeven wordt. En het feit dat we 2x als blikvanger werden uitgenodigd op de Belgian Boot Show (te vergelijken met de grote watersportbeurs Boot Düsseldorf) waarbij we niet alleen gratis een grote expositieplaats ter beschikking kregen maar ook 1 van de 3 onderwerpen waren in de krantenartikels over dit event. Tijdens deze beurs (voor jong en oud) werd het mij ook duidelijk dat de Amfibidiver zeker de nodige interesse aantrok: wij hadden steeds enorm veel belangstelling, terwijl onze buurman voor zijn duurste, onzinkbaar yacht het met sporadische drukte moest stellen. Tja, “wat je zelf doet, doe je meestal beter” hé… De verbetering…Het toestel werkt en is uitgetest maar zoals met ieder prototype werd het tijd om dingen te gaan verbeteren…en omdat we toch niet zo sportief waren als gehoopt, hebben we de tractie op het land vlug omgebouwd tot een elektrische aandrijving.
Dit mede dankzij het systeem waarover ik het reeds eerder had: druk automatisch compenseren. Zo waren we ervan overtuigd dat er zeker geen water in de electrische motoren of andere compartimenten kon binnendringen. Oef, wat een luxe !! Dagen hebben wij demonstraties gegeven rond bekende parken, we moesten nu immers toch niet meer zelf trappen.
De volgende stap was het vervangen van de benzinemotor. Hij nam onderwater meer lucht tot zich dan 2 duikers samen konden opgebruikt krijgen in dezelfde tijd. Dit vonden wij toch wat te gulzig. Het bleek ook dat de mooi gekleurde vissen er na een tijdje een beetje grijs gingen uitzien wat waarschijnlijk te maken had met de uitlaatgassen die wij uitstootten en waaraan zij in hun territorium niet konden wennen.
Tevens zaten we ook constant met een “gevaarlijk bom” in onze nek, namelijk benzinedampen in een gesloten ruimte, wat op zich niet zo’n ontspannen gevoel gaf. Ook de wendbaarheid kon verbeterd worden, vooral onder water. Door het gebruik van elektromotoren waarmee we de stuwkracht van richting konden laten veranderen, zouden we niet meer afhankelijk zijn van een roer (dat alleen een goede werking heeft vanaf een bepaalde snelheid).
Alleen het testen van deze laatste motoren viel me wat tegen en al gauw besefte ik dat we hiervoor motoren nodig hadden die boven ons budget lagen. Twee van onze oude motoren zijn reeds geïnstalleerd en we kunnen er best mee varen maar voor het duiken zouden we een ander soort tractiemotoren moeten kunnen monteren en er eventueel op de voorkant nog 2 extra bijplaatsen. Hierdoor zouden we nog een betere wendbaarheid verkrijgen alsook het stijgen en dalen onder water beter kunnen controleren. Wat tot nogtoe met lucht-water ballast werd geregeld, zou dan verfijnder met kracht van de schroeven bepaald worden. Spijt dat ik de benzinemotor er toch uitgegooid heb? Misschien wel… Maar vermits we met een prototype bezig waren, moet men durven veranderen en experimenteren. We zijn zeker niet gestruikeld over het technische maar wel alweer over het financiële… maar “Don’t worry, be happy”
Ik ben gelukkig dat mijn droom ondertussen verder leeft bij een man wiens ideeën toch wel fel overeenstemmen met de mijne. Mister Doug Hilton bezit in Engeland het Land Air and Sea museum, www.landairandsea.com . Dit is niet zo maar een museum, maar heeft de bedoeling om speciale dingen die met de 3 elementen te maken hebben beter bij de mensen bekend te maken. Wat Doug Hilton vooral interesseerde, was niet alleen om de Amfibidiver “gewoon” maar tentoon te stellen, maar vooral de manier (het verhaal) waarop het idee ontstaan was en uitgewerkt werd. Kortom het avontuur er rond. Zijn bedoeling is dan ook om met de Amfibidiver naar de scholen te trekken om de jeugd (die zich tegenwoordig eerder toelegt op elektronische spelletjes dan het creatief bezig zijn met hun handen) ertoe aan te zetten te dromen en te bewijzen dat je met een goed idee (zeg maar een droom) ontzettend ver kan geraken en veel kan bereiken als je er maar sterk genoeg in gelooft en er voor de volle 100% voor gaat om het te realiseren, ondanks moeilijkheden en de bijhorende tegenslagen. Dit doel was voor mij de mooiste bestemming die ik onze Amfibidiver kon geven en ook niet onbelangrijk, de Amfibidiver is dan toch op de één of andere manier aan de andere kant van The Channel geraakt! Met dank aan Doug Hilton om ervoor te zorgen dat “mijn droom” verder leeft. Ondertussen is onze Amfibidiver duidelijk z’n eigen leven gaan leiden. Kijk maar op internet… Je vindt hem terug in artikels over de hele wereld. Wie kan zeggen dat er over zijn/haar uitvinding naast het Nederlands, Engels en Frans ook geschreven wordt in het Russisch, Chinees, Vietnamees, Tsjechisch? Ik moet toegeven dat het wel iets doet een artikel in zo’n vreemde taal te zien waarin je enkel je eigen naam en Amfibidiver herkent. Weet je nog, da manneke dat op z’n 15e is gaan werken ? Inmiddels vergeleek de pers mij immers met “grote mannen” zoals Leonardo Da Vinci, Professor Zonnebloem, Fons Oerlemans en Panamarenko. Dit overtreft wel m’n stoutste dromen waardoor ik de bevestiging kreeg om zeker verder te werken aan m’n nieuwe ideeën. Het gaf mij dan weer de morele kracht en moed om aan een nieuw project te beginnen. Het volgende idee wordt nog wel geheimgehouden, maar is ook alweer in de maak...en wees gerust... “You ain’t seen nothing yet!”
Recept: Hoe maak ik een Amfibidiver?Ingrediënten 1 jaar geen inkomen, 1 vliegtuigbrandstoftank, 1 zeilbootje, 10-tal kilo’s polyesterdoek, 50-tal liters polyesterhars, 2 fietsen, 7-tal vaten van frisdrank, 1 vaakgebruikte buitenboordmotor, 2, 3 of 4e hands duikmateriaal, 5-tal elektrische invalidenkarretjes, paar tuinstoelen, een kilometer elektriciteitskabels, 100-tal stroomdraadjes en een behoorlijke portie gezond verstand, doorzettingsvermogen en zin voor avontuur.
Neem alvast een jaar verlof zonder wedde, lok ondertussen een vliegtuig naar de grond en gebruik de vleugeltank als basis. Bij weinig wind kom je wel aan een zeilboot. Hiervan construeer je, samen met nog een aantal kilo’s polyesterdoek alvast 1 geheel. Roer alles maar goed in de polyesterhars, maar voorzichtig met handen en haren. Vervolgens demonteer je je fiets en die van je buurman, zo kan je dan tenminste samen met de bus naar het werk. De fietsonderdelen pas je zo aan dat je 2 trappers achter elkaar bekomt en zo’n 42 versnellingen op de as kan zetten. Verder heb je nodig : een 7-tal vaten van een wereldbekend frisdrankmerk, wat duikspulletjes en een verbrandingsmotor (die al zeker een 3 tal keer diende om Het Kanaal mee over te steken) voor wanneer al dat getrap je te moe maakt. Als de rook om je hoofd teveel wordt, sloop je hiervoor beter een aantal elektrische invalidenkarretjes, maar vergeet niet om die mensen dan een vernieuwde versie te geven. Op het laatste nog een paar tuinstoelen, een kompas, een kilometer elektriciteitskabels en een 100-tal stroomdraadjes toevoegen en dan het geheel nog een jaar of 5 laten nasudderen. Zo, en nu maar allemaal “Amfibidiveren”
PS : Vergeet ook niet er een beetje bij na te denken en hou toch ook maar geregeld het hoofd “boven” water.
|
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen verzenden aan
seaseater@gmail.com.
|